Moet je vaak plassen, krijg je plotseling sterke aandrang en haal je het toilet soms niet? Dan krijg je bij de huisarts of uroloog vaak medicatie bij een overactieve blaas. Bekende medicijnen tegen vaak plassen zijn bijvoorbeeld solifenacine, tolterodine en Betmiga. In dit artikel over overactieve blaas medicatie lees je hoe deze medicijnen werken, hoeveel ze helpen en welke bijwerkingen ze hebben. En je leest wat je kunt doen als ze bij jou niet genoeg helpen.
Moet je twaalf keer per dag naar de wc? Heb je al een medicijn geprobeerd en merkte je weinig verschil, behalve een droge mond? Dan vraag je je misschien af:
Helpen medicijnen tegen een overactieve blaas eigenlijk wel?
Je bent namelijk niet de enige met die vraag. Het helpt om te begrijpen wat deze medicijnen kunnen en wat niet.
01 · Vaak of veel
Medicijnen tegen vaak plassen of tegen veel plassen?
Veel mensen zoeken op “medicijnen tegen veel plassen”. Maar meestal bedoelen ze vaak plassen. Dat is niet hetzelfde.
Stel: twee mensen gaan allebei twaalf keer per dag naar de wc.
De eerste plast elke keer een flinke hoeveelheid. Die persoon maakt dus veel urine aan. Dat heet veel plassen. Dat kan bijvoorbeeld komen door veel drinken, suikerziekte of plaspillen.
De tweede plast steeds maar een klein beetje en voelt telkens plotseling sterke aandrang. Dat heet vaak plassen. Dat is dus het beeld van een overactieve blaas.
De medicijnen in dit artikel zijn bedoeld voor de tweede persoon.
Moet je vaker plassen sinds je een nieuw medicijn gebruikt? Lees dan eerst van welke medicijnen je vaak moet plassen.
02 · Hoe medicatie werkt
Waarom helpt medicatie bij een overactieve blaas maar een beetje?
Om dat te begrijpen, moet je weten hoe plassen werkt.
Je blaas trekt nooit zomaar uit zichzelf samen. Plassen is namelijk altijd een opdracht van je brein.
Terwijl je blaas zich vult, stuurt die een signaal naar je brein. Vervolgens bekijkt je brein dat signaal. Komt het niet uit, dan houdt je brein de blaas rustig. Pas als je op de wc zit, geeft je brein de opdracht: nu mag je plassen.
1. Blaas
Stuurt een signaal: ik vul me.
2. Brein
Bekijkt het signaal en geeft een opdracht.
Hier zit het alarm3. Blaasspier
Voert de opdracht uit en trekt samen.
Hier werken medicijnen
Je brein is dus de baas. Je blaas voert uit.
Wat gaat er mis bij een overactieve blaas?
Bij een overactieve blaas gaat het mis in die stap. Je blaas stuurt een normaal signaal, maar je brein maakt er een alarm van:
Nu moet je. Anders gaat het mis.
Je blaas doet vervolgens wat je brein zegt. Bij de meeste mensen met een overactieve blaas is de blaas zelf dus niet het probleem. Het alarm in het brein gaat te snel af.
Je merkt dat vaak in het dagelijks leven. De aandrang komt op vaste momenten. Bijvoorbeeld als je de sleutel in de voordeur steekt. Of wanneer je de kraan hoort lopen. Of zodra je in de auto stapt. Toch is je blaas op zo’n moment niet voller dan een kwartier eerder. Je brein heeft namelijk geleerd dat dit een alarmmoment is.
En nu het belangrijke punt: alle medicijnen tegen een overactieve blaas werken op de blaasspier. Ze zorgen ervoor dat de spier minder snel en minder sterk samentrekt [1].
Ze werken dus op de uitvoering. Niet op het alarm.
Het alarm gaat dus nog steeds af. Alleen reageert je blaas iets rustiger. Dat verklaart waarom het effect van medicatie bij een overactieve blaas in onderzoek klein is. En daarom zeggen veel mensen:
“Ik voel de aandrang nog steeds, ook met de pil.”
03 · Welke medicijnen
Welke medicijnen krijg je bij een overactieve blaas?
In Nederland worden deze medicijnen tegen een overactieve blaas het vaakst voorgeschreven:
| Groep | Voorbeelden | Wanneer |
|---|---|---|
| Anticholinergica | solifenacine (Vesicare), tolterodine (Detrusitol), fesoterodine (Toviaz), darifenacine (Emselex), oxybutynine, ook als pleister (Kentera) | Als blaastraining niet genoeg helpt |
| Bèta-3-agonisten | mirabegron (Betmiga), vibegron (Obgemsa) | Als een anticholinergicum niet mag, niet werkt of te veel bijwerkingen geeft |
| Voor mannen | tamsulosine, solifenacine met tamsulosine (Vesomni) | Bij een vergrote prostaat |
| Nachtelijk plassen | desmopressine (Minrin, Nocdurna) | In bepaalde gevallen |
Volgens de richtlijnen voor huisartsen en het Farmacotherapeutisch Kompas zijn medicijnen niet de eerste stap. Eerst komt blaastraining, eventueel met begeleiding van een bekkenfysiotherapeut. Helpt dat na drie maanden niet genoeg, dan kan de arts een medicijn voorschrijven [2,3].
De meeste medicijnen tegen een overactieve blaas worden vergoed uit het basispakket, zonder eigen bijdrage. Wel gaat het eigen risico eraf. Voor de oxybutyninepleister betaal je gemiddeld ongeveer 11 euro per maand bij [4]. Voor vibegron heeft het Zorginstituut geadviseerd om het te vergoeden [5].
04 · Anticholinergica
Hoe goed werken solifenacine, tolterodine en andere anticholinergica?
Anticholinergica zijn de bekendste medicijnen tegen een overactieve blaas. Om te begrijpen hoe ze werken: je brein geeft de opdracht om te plassen via zenuwen door aan je blaasspier. Op het laatste stukje gebeurt dat met een signaalstof: acetylcholine.
Anticholinergica blokkeren die signaalstof. Daardoor trekt de blaasspier minder snel en minder sterk samen. Je blaas kan wat meer urine bevatten en de eerste aandrang komt iets later [1,6].
Maar acetylcholine werkt niet alleen in je blaas. Het werkt ook in je speekselklieren, je darmen, je ogen en je brein. Daar komen de bijwerkingen vandaan [1].
Oxybutynine is het oudste medicijn. Omdat het het minst gericht werkt, geeft het de meeste bijwerkingen. Het Farmacotherapeutisch Kompas raadt oxybutynine als tablet daarom af [2,7]. De voorkeur gaat uit naar een medicijn dat je één keer per dag inneemt: solifenacine, tolterodine, fesoterodine of darifenacine. Die vier werken bovendien ongeveer even goed. De huisarts kiest meestal op prijs [2]. Welk merk je in de apotheek meekrijgt, hangt vaak af van je zorgverzekeraar.
Hoe goed werken ze in onderzoek?
Stel: je gaat twaalf keer per dag naar de wc. Je begint met een medicijn en houdt een plasdagboek bij. Na zes weken ga je nog maar tien keer. Maar hoeveel daarvan komt door het medicijn?
Dat weet je pas als je het vergelijkt met een nepmiddel, een placebo. In goed onderzoek krijgt de ene groep het echte medicijn en de andere groep een nepmiddel. Bovendien weet niemand wie wat krijgt.
Wat blijkt? Ook de mensen met het nepmiddel gaan vooruit. Vaak flink. Dat komt doordat ze op hun klachten letten, een plasdagboek bijhouden en verwachten dat het beter wordt. Ook dat laat zien hoeveel invloed je brein heeft op je blaas.
Wat het echte medicijn doet, is het verschil tussen de twee groepen. In een groot overzicht van ruim 100 onderzoeken is dat verschil voor anticholinergica [8]:
per dag minder plassen
per dag minder sterke aandrang
Van elke 7 mensen die zo’n medicijn gebruiken, heeft er 1 voordeel van het medicijn zelf. De andere zes gaan net zoveel vooruit als met een nepmiddel, of merken helemaal geen verschil [9]. Bij mannen is het effect bovendien nog wat kleiner [10].
Verder bouwt het effect langzaam op. Na vier tot zes weken kun je zien of het werkt. Bij solifenacine kan het nog beter worden tot ongeveer twaalf weken [2,6].
05 · Bijwerkingen
Wat zijn de bijwerkingen van solifenacine en andere anticholinergica?
Het Farmacotherapeutisch Kompas noemt deze bijwerkingen als veel voorkomend:
| Bijwerking | Hoe vaak of bij wie |
|---|---|
| Droge mond | De bekendste bijwerking: ongeveer 1 op de 5 gebruikers, tegen 1 op de 17 met een nepmiddel [8]. Voelt vervelend en is ook niet goed voor je gebit. |
| Obstipatie | Het vaakst bij oxybutynine en darifenacine [7,11] |
| Wazig zien | Het vaakst bij oxybutynine, maar ook bij solifenacine en tolterodine [6,7,12] |
| Duizeligheid, slaperigheid en hoofdpijn | Het vaakst bij oxybutynine [7] |
Minder vaak, maar goed om te weten:
- Je blaas niet goed leeg kunnen plassen. Dit gebeurt bij minder dan 2 op de 100 gebruikers [8]. Mannen met een vergrote prostaat hebben daar meer kans op [13].
- Verwardheid en geheugenklachten, het vaakst bij oxybutynine en bij ouderen [1,7]. Het Kompas vraagt artsen daarom om zulke klachten te herkennen als bijwerking [12]. Anders krijg je er misschien een nieuw medicijn bij voor een klacht die het eerste medicijn veroorzaakt.
Kun je ineens niet of nauwelijks plassen? Neem dan direct contact op met je huisarts.
Heb je glaucoom en gebruik je oogdruppels? Vertel dat dan aan je arts, want bij een bepaalde vorm van glaucoom mag je deze medicijnen niet gebruiken [1].
06 · Dementie
Kunnen medicijnen tegen een overactieve blaas dementie veroorzaken?
Dat is een vraag die veel mensen boven de 65 stellen. En terecht.
Anticholinergica remmen niet alleen in je blaas de signaalstof acetylcholine, maar ook in je brein. En daar is die stof belangrijk voor je geheugen en je aandacht.
Onderzoeken met tienduizenden mensen in Engeland, Amerika en Canada vonden dat mensen die jarenlang dagelijks zo’n medicijn gebruikten, vaker dementie kregen. Bij meer dan drie jaar dagelijks gebruik ging het om ongeveer anderhalf keer zo vaak [14-17].
Hoe sterk is dat bewijs?
Betekent dit dat het medicijn dementie veroorzaakt? Dat weten we niet zeker.
Deze onderzoeken laten namelijk zien dat twee dingen vaak samen voorkomen. Maar ze bewijzen niet dat het een door het ander komt [14-16]. Er kan ook een andere verklaring zijn. Plasklachten kunnen bijvoorbeeld een vroeg teken van dementie zijn. Dan krijgen mensen met beginnende dementie vaker medicatie bij een overactieve blaas en niet andersom.
Toch zijn er redenen om het serieus te nemen:
- Het verband komt in alle grote onderzoeken terug [14-17].
- Bovendien wordt het sterker naarmate mensen het medicijn langer gebruiken [14-16].
- Het verband is ook gevonden bij gebruik 15 tot 20 jaar voordat de dementie begon [15].
Bij oxybutynine is ook op korte termijn iets gemeten. In een onderzoek bij gezonde 60-plussers werd het geheugen bijvoorbeeld na drie weken meetbaar slechter. De deelnemers merkten dat zelf overigens niet [18]. Bij de nieuwere medicijnen is daarentegen in korte onderzoeken geen achteruitgang gevonden [19]. Maar die onderzoeken duurden weken, geen jaren.
Wat betekent dit voor jou?
De Nederlandse richtlijnen vragen artsen om voorzichtig te zijn bij ouderen, oxybutynine te vermijden en bij ouderen eerder aan Betmiga te denken. Ook raden ze aan om na zes weken te kijken of het medicijn werkt en na drie tot zes maanden te proberen of je zonder kunt [2,19,20].
Het risico zit dus vooral in jarenlang dagelijks gebruik. Maak je je zorgen? Bespreek het dan samen met je arts. Stop niet zelf.
07 · Betmiga
Betmiga (mirabegron): werking, effect en bijwerkingen
Betmiga is een nieuwere vorm van medicatie bij een overactieve blaas. Het werkt anders dan solifenacine, want het blokkeert niets. In plaats daarvan zorgt het ervoor dat de blaasspier zich ontspant terwijl je blaas volloopt. Zo kan je blaas wat meer urine bevatten [1,21].
Ook hier geldt: het alarm in je brein verandert niet. Alleen de reactie van je blaas.
Het voordeel: Betmiga werkt niet via acetylcholine. Je krijgt er dus bijna nooit een droge mond van en er zijn geen aanwijzingen voor effecten op het geheugen. Daarom raden de richtlijnen Betmiga eerder aan bij ouderen [1,19,20].
Hoe goed werkt Betmiga?
Toch werkt Betmiga ongeveer even goed als solifenacine of tolterodine. Niet beter [22]. In de grote onderzoeken gingen de deelnemers bij de start bijna twaalf keer per dag naar de wc. Na twaalf weken was dat met een nepmiddel ongeveer tien keer en met Betmiga iets minder dan tien keer [23].
Met urineverlies ging het net zo: beide groepen gingen vooruit, met Betmiga een beetje meer [23].
Het Kompas raadt Betmiga daarom pas aan als een medicijn zoals solifenacine niet mag, niet werkt of te veel bijwerkingen geeft [2,21].
Wat zijn de bijwerkingen van Betmiga?
De bijwerkingen van Betmiga die het Kompas als vaak voorkomend noemt, zijn:
- snelle hartslag
- hoofdpijn
- duizeligheid
- misselijkheid
- obstipatie
- diarree
- blaasontsteking
Minder vaak komen hartkloppingen, een onregelmatige hartslag en een hogere bloeddruk voor [21].
Let daarom op je bloeddruk. Heb je een hoge bloeddruk die niet goed onder controle is? Dan mag je Betmiga niet gebruiken. Volgens het Farmacotherapeutisch Kompas wordt je bloeddruk gemeten voordat je begint en daarna regelmatig [21].
Krijg je Betmiga samen met een medicijn zoals solifenacine? Dan is de kans iets groter dat je je blaas niet goed leeg kunt plassen [1].
Vibegron (Obgemsa) werkt overigens op dezelfde manier. Het is sinds 2024 in Europa toegelaten [24]. In Nederland is het voorlopig bedoeld voor de specialist [2,25]. Ook de cijfers zijn ongeveer gelijk aan die van Betmiga. De meest gemelde bijwerkingen zijn blaasontsteking, hoofdpijn, diarree en misselijkheid [25,26].
08 · Mannen en vrouwen
Is medicatie bij een overactieve blaas anders voor mannen en vrouwen?
De medicijnen zijn hetzelfde. Bij vrouwen is tolterodine volgens de huisartsenrichtlijn de eerste keus na blaastraining [3]. Bij mannen let de arts extra op de prostaat en op de kans dat de blaas niet goed leeg komt [10].
Veel mannen met plasklachten krijgen eerst tamsulosine. Dat is echter een medicijn voor de prostaat. Het ontspant de spiertjes in de prostaat en de blaashals, zodat de urine makkelijker wegloopt [27].
Tamsulosine is geen medicijn tegen een overactieve blaas.
Je straal kan er bijvoorbeeld beter van worden. Maar de plotselinge aandrang bij de voordeur verdwijnt er vaak niet door.
Bijwerkingen van tamsulosine die vaak voorkomen, zijn duizeligheid en problemen met de zaadlozing: er komt weinig of geen zaad naar buiten. Soms daalt je bloeddruk als je opstaat, waardoor je even licht in je hoofd wordt. Moet je een staaroperatie krijgen? Vertel de oogarts dan dat je tamsulosine gebruikt [10,27].
Wat doet Vesomni?
Vesomni is tamsulosine en solifenacine in één tablet. Het is bedoeld voor mannen met een vergrote prostaat die moeilijk uitplassen én last hebben van aandrang en bij wie tamsulosine alleen niet genoeg helpt [28]. In onderzoek werkte de combinatie iets beter dan tamsulosine alleen, maar het verschil was klein [29]. Een droge mond kwam wel veel vaker voor: bij 8 op de 100 mannen [30].
De huisartsenrichtlijn voor mannen zegt: medicijnen bij plasklachten hebben maar beperkt effect en er is een groot placebo-effect [10,31].
Is je prostaat onderzocht en verklaart die niet waarom de aandrang juist bij de voordeur opkomt? Dan is het de moeite waard om naar het alarm te kijken. Ook bij mannen maken medicijnen tegen een overactieve blaas de blaas rustiger, maar zetten ze het alarm niet uit.
09 · Nachtelijk plassen
Medicatie tegen nachtelijk plassen: helpt desmopressine?
Moet je ’s nachts vaak plassen? Dan kan dat drie oorzaken hebben:
- 01
Lichamelijk
Je maakt ’s nachts meer urine aan, bijvoorbeeld door hartproblemen, slaapapneu, suikerziekte of medicijnen.
- 02
Slaap
Je slaapt licht, wordt wakker en voelt dan pas je blaas.
- 03
Brein
Een overactief brein slaat ook ’s nachts te vroeg alarm.
Meer daarover lees je in vaak plassen ’s nachts: hoe vaak is normaal en wat helpt?
Wat doet desmopressine?
Desmopressine helpt alleen bij één vorm van de eerste oorzaak: je nieren maken ’s nachts te veel urine aan, zonder andere verklaring. Het laat je nieren ’s nachts minder urine maken. Bij een slaapprobleem of een overactief brein doet het niets.
Hoeveel helpt het? Gemiddeld hoef je er minder dan één keer per nacht minder door te plassen. De onderzoekers noemen het effect klein [33]. Sommige mensen merken dat ze ’s ochtends juist vaker moeten plassen. Het vocht dat je lichaam ’s nachts vasthoudt, plas je later alsnog uit.
Wat is het risico? Je lichaam houdt namelijk vocht vast. Daardoor kan het zoutgehalte in je bloed te laag worden. Dat geeft hoofdpijn, misselijkheid en verwardheid. In ernstige gevallen kan het gevaarlijk zijn. Bij mensen boven de 65 is dat risico groter [32,34].
Daarom krijgen 65-plussers extra controles. Het bloed wordt gecontroleerd voor de start, in de eerste week en na een maand. En je mag een uur voor tot acht uur na het innemen niet drinken [32].
De huisartsenrichtlijn voor mannen zegt over nachtelijk plassen: wees terughoudend met medicijnen [10]. Gewone medicijnen tegen een overactieve blaas, zoals solifenacine en Betmiga, verminderen het plassen over de hele dag een beetje, dus ook ’s nachts. Bij een slaapprobleem of een overactief brein helpt geen van beide [8,32,33].
10 · Waarom mensen stoppen
Waarom stoppen zoveel mensen met medicatie bij een overactieve blaas?
Dit is misschien wel het meest sprekende cijfer.
Onderzoeken met duizenden mensen in Engeland en Amerika keken hoe lang mensen hun medicatie bij een overactieve blaas in het gewone leven blijven gebruiken. Niet in een onderzoek, maar thuis. Wie gebruikt het na een jaar nog [35]?
- 1 op 4
bij solifenacine
- 1 op 8
bij oxybutynine
- 1 op 3
bij Betmiga
De helft van de mensen stopt al binnen ongeveer twee maanden met een medicijn zoals solifenacine [35]. Ongeveer een derde haalt het eerste recept nooit opnieuw op [36].
Waarom stoppen ze? De meest genoemde reden is namelijk niet de bijwerking. Het is:
Het werkte niet zoals ik had verwacht.
Dat zei bijna de helft van de mensen die stopten. Daarnaast stopte ongeveer 1 op de 5 door bijwerkingen. En ook ongeveer 1 op de 5 zei: ik heb geleerd me zonder medicijn te redden [37].
Waarom werkte het medicijn bij jou niet?
Herken je dat? Meneer V., een deelnemer aan de Rust in je blaas training, beschreef het zo. Hij was eerder in behandeling bij een uroloog en kreeg:
“Medicijnen, die wel iets maar niet afdoende hielpen.”
Meneer V., deelnemer aan de Rust in je blaas training
Meestal spelen er drie dingen:
- 01
Verkeerde plek
Het medicijn maakt je blaas rustiger, maar het alarm in je brein blijft afgaan. Vooral aandrang op vaste momenten, bij de voordeur of in de auto, verandert er weinig door.
- 02
Klein effect
Eén keer per dag minder plassen valt weg tussen goede en slechte dagen. Zonder plasdagboek merk je het dus vaak niet eens.
- 03
Elke dag bijwerkingen
Een droge mond en obstipatie vallen daarentegen wel op. Een halve keer minder plassen nauwelijks.
11 · Samen met je arts
Hoe bekijk je samen met je arts of een medicijn werkt?
Toch kan medicatie bij een overactieve blaas zinvol zijn. Bijvoorbeeld als je klachten nog niet lang bestaan, of als je even wat lucht nodig hebt. Uit onderzoek blijkt ook dat een medicijn samen met blaastraining beter werkt dan elk van de twee alleen [38].
Of een medicijn bij jou werkt, kun je het beste samen met je arts bekijken. Zo kun je dat gesprek goed voorbereiden:
- 1
Stap 1 van 4
Houd een plasdagboek bij voordat je begint
Schrijf drie dagen op hoe vaak je plast, hoeveel er komt en hoe sterk de aandrang was.
- 2
Stap 2 van 4
Geef het medicijn vier tot zes weken de tijd
Want eerder kun je het effect niet goed zien.
- 3
Stap 3 van 4
Houd opnieuw drie dagen een plasdagboek bij
Neem vervolgens beide dagboeken mee naar je arts.
- 4
Stap 4 van 4
Schrijf op hoe je je voelt
Noteer ook welke bijwerkingen je merkt. Dan kun je samen afwegen of het medicijn de moeite waard is.
Welke vragen stel je aan je arts?
Een goede vraag aan je arts is bijvoorbeeld:
Welk effect mag ik van deze medicatie bij een overactieve blaas verwachten en hoe gaan we zien of het werkt?
Vraag ook welke bijwerkingen een reden zijn om te bellen, hoe lang je het gebruikt en wanneer je samen kijkt of je zonder kunt. Volgens de richtlijnen hoort je arts na drie tot zes maanden met je te bespreken of je op proef kunt stoppen [2,3].
Stop of verander je medicijnen nooit zelf. Overleg altijd eerst met je arts.
12 · Als medicijnen niet helpen
Wat als medicijnen niet helpen? Botox, PTNS en neuromodulatie
Helpen twee medicijnen tegen een overactieve blaas niet genoeg? Dan verwijst de huisarts je door naar de uroloog of gynaecoloog [2,3]. Die heeft vervolgens drie mogelijkheden.
Drie behandelingen op een rij
| Behandeling | Wat gebeurt er | Resultaat en nadelen |
|---|---|---|
| Botox in de blaas | De uroloog spuit via een kijkbuis botox in de wand van je blaas. Daardoor raakt de blaasspier gedeeltelijk verlamd. | Helpt duidelijk beter dan pillen [39]. Ongeveer 1 op de 15 moet daarna zelf een katheter inbrengen om de blaas te legen, en 1 op de 4 krijgt een blaasontsteking [39]. Het effect is tijdelijk: meestal is na zeven à acht maanden een nieuwe behandeling nodig, zolang je de behandeling wilt [40]. |
| PTNS en TTNS | Een dun naaldje aan de binnenkant van je onderbeen, vlak boven je voet, prikkelt een zenuw die dicht bij de blaaszenuwen uitkomt. Twaalf wekelijkse behandelingen. Bij TTNS gaat de prikkel zonder naaldje, via plakkers op de huid. | Ongeveer de helft voelt zich daarna veel beter [41]. Weinig bijwerkingen, maar je blijft onderhoudsbehandelingen nodig hebben [2,41]. In een klein onderzoek met 50 mensen werkte TTNS ongeveer even goed als PTNS [42]. |
| Sacrale neuromodulatie | Onder narcose wordt een soort pacemaker onder je huid geplaatst, met een draadje naar de zenuwen onderin je rug. | Werkt ongeveer even goed als botox. Bij ongeveer 1 op de 11 moet het apparaatje binnen twee jaar weer worden verwijderd [43]. |
Ook deze behandelingen veranderen het alarm in je brein niet.
13 · Zonder medicijnen
Is er een aanpak zonder medicijnen bij een overactieve blaas?
Veel mensen lopen dezelfde route. Eerst blaastraining, soms bij een bekkenfysiotherapeut. Dan een medicijn met een droge mond en weinig resultaat. Misschien een tweede medicijn. En dan de vraag van de uroloog: botox, een naaldje in je been of een apparaatje onder je huid?
Een deel van de mensen kiest daar bewust voor. Dat is een goede keuze als het bij je past.
Maar een ander deel wil dat niet. Zij komen daardoor terecht tussen behandelingen die niet genoeg helpen en behandelingen die ze niet willen. De conclusie wordt dan vaak:
Hier moet ik maar mee leren leven.
Maar in die hele route is één ding niet aangepakt: het alarm in je brein. Elke stap richtte zich op de blaas of op de zenuwen naar de blaas.
De Rust in je blaas training richt zich wel op dat alarm. Het doel is niet dat je de aandrang langer leert ophouden. Het doel is dat je brein stopt met vals alarm slaan. Je leert herkennen op welke momenten het alarm afgaat en je oefent stap voor stap een andere reactie. Daarbij gebruik ik onder andere gedragsadviezen, ontspanning, hypnose en oefeningen.
Wat moet je weten voordat je begint?
- De training is online en je volgt hem in je eigen tempo. Je oefent een aantal weken dagelijks.
- Ook wordt de training niet vergoed door je zorgverzekeraar.
- De onderbouwing bestaat uit de ervaringen van deelnemers. Er is nog geen onderzoek waarin de training wordt vergeleken met een nepbehandeling, zoals bij de medicijnen in dit artikel.
- Gebruik je medicijnen tegen een overactieve blaas? Dan blijf je die gebruiken. Wil je later afbouwen, dan bespreek je dat met je arts.
Ook hier helpt een plasdagboek voor de start en na zes weken. Dan zie je zwart op wit wat er veranderd is.
Voor wie is de training niet geschikt?
- Verlies je urine zonder dat je aandrang voelt, bijvoorbeeld in je slaap? Ga dan eerst naar je huisarts. Dat is een ander probleem.
- Verlies je urine bij hoesten, niezen, lachen, tillen of sporten? Dat is urineverlies bij inspanning, dus daar is een andere aanpak voor nodig.
- Zie je bloed in je urine, heb je pijn bij het plassen of koorts, of zijn de klachten plotseling begonnen? Laat je dan eerst onderzoeken. Mannen laten ook hun prostaat nakijken.
- Heb je maar in één situatie last en verder weinig? Of wil je niet een aantal weken dagelijks oefenen? Dan is de training waarschijnlijk niet de moeite waard.
Bronnen
Bijwerkingen en productinformatie kunnen veranderen. De geneesmiddelinformatie in dit artikel is voor het laatst gecontroleerd op 27 oktober 2026.
Richtlijnen en vergoeding
- [1]Groepstekst Urologische spasmolytica, Farmacotherapeutisch Kompas. Werking van de medicijnen, bijwerkingen van de groep en de opmerking dat de gemiddelde verschillen met placebo in onderzoek klein zijn.
- [2]Indicatietekst Urgency-incontinentie, Farmacotherapeutisch Kompas. Stappenplan: eerst blaastraining, daarna een anticholinergicum met eenmaal daagse dosering, Betmiga bij contra-indicaties of onvoldoende effect, daarna verwijzing naar de tweede lijn. Raadt oxybutynine als tablet af.
- [3]NHG-Standaard Incontinentie voor urine bij vrouwen. Blaastraining eerst; tolterodine als eerste keus bij onvoldoende effect; na vier tot zes weken kijken of het werkt en na drie tot zes maanden op proef stoppen na drie tot zes maanden.
- [4]Kostenoverzicht urgency-incontinentie, Farmacotherapeutisch Kompas. Vergoeding en eigen bijdrage per medicijn.
- [5]Zorginstituut Nederland (2025). Advies over vergoeding van vibegron.
Anticholinergica: werking, effect en bijwerkingen
- [6]Solifenacine, Farmacotherapeutisch Kompas.
- [7]Oxybutynine, Farmacotherapeutisch Kompas.
- [8]Stoniute e.a. Cochrane-review (2023): anticholinergica versus placebo bij een overactieve blaas. 104 onderzoeken met ruim 47.000 deelnemers. Gemiddeld 0,85 keer minder plassen en 0,85 keer minder aandrang per dag dan met placebo. Droge mond bij 22 op de 100 gebruikers tegen 6 op de 100 met placebo.
- [9]American Family Physician (2023): samenvatting van de Cochrane-review. Rekent uit dat 1 op de 7 gebruikers voordeel heeft van het medicijn zelf.
- [10]Indicatietekst Mictieklachten bij mannen, Farmacotherapeutisch Kompas. Beperkt effect van medicatie bij mannen, groot placebo-effect, terughoudendheid bij nachtelijk plassen.
- [11]Darifenacine, Farmacotherapeutisch Kompas.
- [12]Tolterodine, Farmacotherapeutisch Kompas.
- [13]Fesoterodine, Farmacotherapeutisch Kompas.
Dementie en ouderen
- [14]Gray e.a. (2015). Langdurig gebruik van sterke anticholinergica en dementie. Amerikaans cohortonderzoek bij 3.434 mensen van 65 jaar en ouder.
- [15]Richardson e.a. (2018). Anticholinergica en dementierisico. Engels onderzoek; verband ook bij gebruik 15 tot 20 jaar voor de diagnose.
- [16]Coupland e.a. (2019). Anticholinergica en dementierisico. Engels onderzoek bij bijna 59.000 mensen met dementie; de onderzoekers schrijven dat het een verband laat zien, maar geen oorzaak kan bewijzen.
- [17]Welk e.a. (2020). Anticholinergica versus bèta-3-agonisten en dementie. Canadees onderzoek bij mensen met een overactieve blaas.
- [18]Kay e.a. (2006). Oxybutynine, darifenacine en geheugen. Bij gezonde 60-plussers werd het geheugen na drie weken oxybutynine meetbaar slechter, bij darifenacine niet.
- [19]NVOG-richtlijn Urine-incontinentie bij vrouwen. Module Medicatie bij aandrangincontinentie (2023). Geen cognitieve achteruitgang in korte onderzoeken met de nieuwere middelen; effect op het brein stapelt zich op bij langer gebruik; bij ouderen Betmiga overwegen.
- [20]NVU-richtlijn Urine-incontinentie. Module Medicamenteuze behandeling bij ouderen (2024). Terughoudend met anticholinergica bij kwetsbare ouderen, oxybutynine scoort negatiever, Betmiga als alternatief, na zes weken kijken of het werkt.
Betmiga, vibegron, mannen en nachtelijk plassen
- [21]Mirabegron, Farmacotherapeutisch Kompas.
- [22]Huisarts en Wetenschap (2021). Mirabegron versus tolterodine. Geen verschil in effect tussen Betmiga en tolterodine.
- [23]EMA. Productinformatie Betmiga. Drie grote onderzoeken: bij de start bijna 12 keer plassen per dag; na 12 weken ongeveer 10,4 keer met placebo en 9,95 keer met Betmiga.
- [24]EMA. Obgemsa (vibegron): overzicht en handelsvergunning. Toegelaten in de EU op 27 juni 2024.
- [25]Vibegron, Farmacotherapeutisch Kompas.
- [26]EMA. Productinformatie Obgemsa (vibegron). Effect vergelijkbaar met Betmiga; meest gemelde bijwerkingen blaasontsteking, hoofdpijn, diarree en misselijkheid.
- [27]Tamsulosine, Farmacotherapeutisch Kompas.
- [28]Tamsulosine/solifenacine (Vesomni), Farmacotherapeutisch Kompas.
- [29]Van Kerrebroeck e.a. (2013). NEPTUNE-onderzoek: solifenacine met tamsulosine. 1.334 mannen; de combinatie werkte iets beter dan tamsulosine alleen.
- [30]NEPTUNE-onderzoek: bijwerkingen (ICS-abstract). Droge mond bij 8 op de 100 mannen met de combinatie.
- [31]Huisarts en Wetenschap (2022). Herziene NHG-Standaard Mictieklachten bij mannen. Medicatie heeft maar beperkt effect en kent wel bijwerkingen.
- [32]Desmopressine, Farmacotherapeutisch Kompas. Werking, risico op een te laag natrium en controles bij 65-plussers.
- [33]Han e.a. Cochrane-review (2017): desmopressine bij nachtelijk plassen bij mannen. Gemiddeld 0,6 tot 0,85 keer minder plassen per nacht; klein effect, zwak bewijs.
- [34]Rembratt e.a. (2006). Te laag natrium bij desmopressine. Leeftijd is de belangrijkste risicofactor.
Stoppen met medicatie en vervolgbehandelingen
- [35]Chapple e.a. (2017). Hoe lang mensen hun medicijn blijven gebruiken. Bijna 22.000 mensen in Engeland. Na een jaar gebruikte nog 25 op de 100 solifenacine, 12 op de 100 oxybutynine en 38 op de 100 Betmiga.
- [36]Veenboer e.a. (2013). Overzicht van therapietrouw bij anticholinergica. Ongeveer een derde haalt het eerste recept nooit opnieuw op.
- [37]Brubaker, Benner e.a. (2010). Waarom mensen stoppen met medicatie voor een overactieve blaas. Ruim 5.000 gebruikers in Amerika. Belangrijkste reden: het werkte niet zoals verwacht (45%); bijwerkingen (20%).
- [38]Rai e.a. Cochrane-review (2012): anticholinergica versus andere behandelingen. Medicijn plus blaastraining werkte beter dan elk van beide alleen; de onderzoeken waren klein.
- [39]Nitti en Chapple e.a. (2013). Botox 100 E versus placebo. Effect, katheterisatie bij ongeveer 6 op de 100 en blaasontsteking bij ongeveer 1 op de 4.
- [40]Langetermijnonderzoek botox over 3,5 jaar. Mediane tijd van 7,6 maanden tot een nieuwe behandeling.
- [41]Peters e.a. (2010). SUmiT-onderzoek: PTNS. 55 op de 100 duidelijk beter, tegen 21 op de 100 met een nepbehandeling.
- [42]Randomized clinical trial of percutaneous versus transcutaneous tibial nerve stimulation in refractory overactive bladder (ICS 2026). Geloot onderzoek bij 50 mensen: TTNS met plakkers op de huid gaf vergelijkbare resultaten als PTNS met een naaldje. Klein onderzoek in één ziekenhuis.
- [43]ROSETTA-onderzoek: botox versus sacrale neuromodulatie na twee jaar. Vergelijkbaar effect; bij 9 op de 100 werd het apparaatje binnen twee jaar verwijderd.


